|
|
|
Adres lezingen:
Wijkcentrum "De Oever", Amstelstraat 1
1823 EV Alkmaar - Oudorp
Aanvang: 20:00 uur
|
| |
|
Na afloop van iedere lezing wordt
de computergestuurde leentelescoop van de vereniging buiten opgesteld. Een leuke kans om eens door een TOP-telescoop
te kijken!
 |
|
Klik hier voor een routekaartje
|
Entreeprijs voor niet-leden: € 4,50
|
| |
|
|
Voorlopig Programma Lezingen Najaar 2010 en
Voorjaar 2011: (onder voorbehoud)
|
21-mei-10
|
Eigen avond
|
n.v.t. |
|
24-sep-10
|
De doodstille zon van 2009 |
Prof. Cees de Jager |
|
29-okt-10
|
Astronomie van oude beschavingen |
Ir. Henk Verbeek |
|
26-nov-10
|
Heelal in Rontgenstraling |
Dr. Jelle de Plaa |
|
17-dec-10
|
Eigen avond |
n.v.t. |
|
28-jan-11
|
Lichtverschijnselen aan de hemel |
Drs. C.Floor |
|
25-feb-11
|
Waarnemingshorizon |
Prof. John Heise |
|
25-maa-11
|
Hoe werd de uitdijing van het heelal
ontdekt? |
Prof. Dr. H.J.Habing |
|
29-apr-11
|
Nederlandse radiosterrenkunde |
Prof . Adriaan Blaauw |
|
20-mei-11
|
Eigen avond |
n.v.t. |
|
| |
|
| |
|
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 21 mei
2010
"Eigen avond"
een informele avond voor leden en gasten
|
 |
|
|
|
| |
Voorgaande lezingen en bijeenkomsten
(omgekeerd gesorteerd)
| |
|
|
Vrijdag 23 april
2010
"Large Hadron
Collider"
door Prof. Dr. Frank
Linde
|
 |
Sinds een maand is de Large Hadron
Collider begonnen aan zijn ontdekkingstocht van het Tera-elektronvolt (TeV=1000,000,000,000 eV) gebied met 7 TeV
zwaartepuntsenergie proton-proton botsingen. De verwachtingen zijn hooggespannen, om er twee prangende vragen uit
te lichten:
- bestaat het Higgs deeltje en doorgronden we daarmee het fenomeen massa?
- vinden we het deeltje dat verantwoordelijk is voor de mysterieuze donkere materie in ons Universum?
In mijn voordracht geef ik eerst een inleiding in het vakgebied van de elementaire deeltjes fysica. Aansluitend
vertel ik u aan welke spannende experimenten wij vanuit Nederland deelnemen. Tenslotte krijgt u een inleiding in
de metingen en analyses die momenteel plaatsvinden bij de Large Hadron Collider. En daarna kunt u vragen wat u
wilt (over mijn vakgebied)! |
Stelling van Frank Linde: 'CERN
is het mooiste onderzoekslaboratorium in de wereld.' |
| |
|
Frank Linde (1958); Na mijn afstuderen
in 1983 aan de RU (Utrecht), ben ik aan een promotieonderzoek begonnen bij SLAC (Californië). Daar heb ik
4 jaar gewerkt aan het vinden van 4 fantastische gebeurtenissen. In deze periode heb ik mijn grootste ontdekking
gedaan: mijn huidige echtgenote Mieke.
Na mijn promotie in 1988 ben ik aan het L3 experiment bij de LEP versneller van het CERN gaan werken. Dit waren
zeer productieve jaren:0 promotiestudenten, ruim 200 publicaties en 2 fantastische kinderen: Jeroen en Kim. In
1993 leverde dit mij een professoraat op aan de UvA. In deze heb ik mij ontwikkeld van een verlegen natuurkunde
student (met bril en zonder acne) tot een ongeduldige, hardwerkende en een niet al te diplomatieke wetenschapper.
Ergens in 1993-1995 ben ik overgestapt van het L3 experiment naar detector ontwikkeling voor één
van de toekomstige experimenten bij CERN's nieuwe LHC project: het immens grote ATLAS experiment. In 2000 ben ik
definitief(?) naar Nederland teruggegaan. Tot 2004 als de programmaleider van de Nederlandse ATLAS inspanningen.
Op 1 december 2004 heb ik mijn tweede UvA sabattical opgenomen om voor vijf jaar het Nikhef directeurschap te bekleden.
En op 1 december 2009 mijn derde UvA sabbatical voor nog eens vijf jaar directeur Nikhef. Mijn ambities: verbreding
van het onderzoeksprogramma met astrodeeltjesfysica activiteiten; aandacht voor industriële samenwerking en
outreach activiteiten. |
| |
| |
|
|
Vrijdag 26 maart
2010
"Witte Dwergen"
door prof. dr. Paul
Groot
|
 |
Het overgrote deel van alle sterren
eindigt zijn leven als een witte dwerg: de uitgebrande sintel van wat vroeger de kern van de ster was. In een witte
dwerg heersen extreme omstandigheden: 0.5-1 zonsmassa wordt samengeperst in
een bol ter grootte van de Aarde. De dichtheid in een witte dwerg is daarom meer dan een miljoen keer groter dan
die van water. Witte dwergen zijn de sleutel tot het begrijpen van een aantal zeer belangrijke problemen in de
moderne sterrenkunde. |
| |
Paul Groot is opgeleid aan de Universiteit
van Amsterdam, door de vermaarde sterrenkundige Jan van Paradijs. Na zijn afstuderen op een nieuwe manier om de
rotatie-snelheid van sterren te bepalen begon hij in 1995 aan een promotie-onderzoek naar de fysische eigenschappen
van cataclysmische variabelen: dubbelsterren waarin een witte dwerg materie ontvangt van een begeleidende ster
via een platte schijf die zo heet is dat hij straling uitzendt. Tijdens zijn promotie raakte hij betrokken bij
het onderzoek naar Gamma-flitsen dat in de groep van prof. van Paradijs werd gedaan.
Na zijn promotie is Paul Groot nieuwe wegen ingeslagen. Het onderzoek van zijn groep richt zich op de populatie
van witte-dwerg systemen in de Melkweg. Hij is een van de drijvende krachten achter EGAPS, de "European Galactic
Plane Surveys". Dit is een verzameling surveys die het vlak van de Melkweg in ongeëvenaard detail in
kaart brengen. |
| |
| |
|
|
Vrijdag 26 februari
2010
"Het nieuwe
Heelal"
door prof. dr. Henry
Lamers
|
 |
Sinds zijn lancering in 1990 heeft
de Hubble-telescoop een schat van opnamen gemaakt. Door de hoge kwaliteit van de telescoop en door zijn baan ver
boven de aardse dampkring kunnen niet alleen veel scherpere opnamen worden gemaakt dan vanaf de aarde, maar ook
in het infrarood en het ultraviolet. Met de bestudering van de opnamen hebben we antwoord gekregen op een aantal
vragen over de kosmos. Maar er zijn veel meer nieuwe vragen bijgekomen! Op een aantal gebieden heeft de Hubble
zelfs een revolutie in ons denken over de kosmos veroorzaakt. |
| |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 29 januari
2010
"Lord Rosse
en zijn Reuzentelescoop"
door ing. P.J.K.
Louwman
|
 |
Op zijn landgoed bij het Ierse plaatsje
Birr bouwde William Parsons, de derde graaf van Rosse, in het midden van de negentiende eeuw een voor die tijd
enorme telescoop. Zeventig jaar lang was deze met een spiegeldiameter van 72 inch (circa 183 centimeter) de grootste
ter wereld.
De gerestaureerde opstelling is momenteel te bewonderen in het museum Birr Castle in Ierland. Lord Rosse was met
deze telescoop in staat als eerste details te zien in de geheimzinnige nevelachtige objecten die al eerder waren
waargenomen met kleine telescopen. Hij leverde de eerste aanwijzingen dat deze 'nevels' wel eens complete sterrenstelsel
konden zijn ver buiten onze eigen Melkweg. Het verhaal van deze geweldige prestatie, en het vervolg erop in onze
tijd, vormt een boeiend hoofdstuk in de geschiedenis van de sterrenkunde. |
| |
| Peter Louwman is al jarenlang een
gepassioneerd verzamelaar van telescopen. Zijn verzameling wordt internationaal beschouwd als een van de belangrijkste
collecties ter wereld. |
| |
| |
|
|
Vrijdag 18 december
2009
"Eigen avond"
AWSV Metius
met bijdragen van
leden
|
 |
Traditioneel wordt de lezingenavond
van december ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen
over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.
De avond is ook toegangkelijk voor geinteresseerde niet-leden, die iets meer willen weten over de AWSV Metius en
wat er onder de leden leeft. De zaal is open vanaf 19.30 uur en de presentaties beginnen omstreeks 20.15 uur. De
avond is om ca. 22:30 afgelopen. |
| |
| De ca. 22 aanwezigen kunnen terugkijken
op een zeer geslaagde eigen avond. Dit was vooral te danken aan de leuke lezing/quiz combinatie die Marcelle en
Inge presenteerden. Hopelijk volgen foto's. |
| |
| |
|
|
8 t/m 11 december
2009
"Missie
Maan"
|
 |
Een project voor de Basisscholen waaraan
ook de AWSV Metius deelnam.
In de periode van 8 t/m 11 december 2009 bezochten Mees Visser, Wim Koomen en
Rian van der Weiden diverse scholen. In de vroege morgen, voor schooltijd, konden de kinderen met telescopen naar
de maan kijken vanaf het schoolplein. Binnen in de school werden presentaties over de maan gehouden.
Klik deze link voor de oorspronkelijke aankondiging.
Foto's volgen nog |
| |
| |
| |
|
Vrijdag 27 november
2009
"Neutronensterren
en Zwarte gaten"
door Dr. P.G. Jonker,
SRON
|
 |
|
| |
| |
|
Donderdag 5
november 2009
"De film
"Spiral Galaxy"
door Maarten Roos
|
|
|

Zie ook: www.spiralgalaxy.nl
|
| |
| |
|
Vrijdag 24 april
2009
"Het Heelal
en de relativiteitstheorie"
door Prof. Edward
van den Heuvel, UvA
|
 |
In 1905 publiceerde Einstein zijn
Speciale en in 1915 zijn Algemene Relativiteitstheorie. Deze laatste geeft een nieuwe beschrijving van de zwaartekracht:
de kracht die elk voorwerp (hemellichaam) op elk ander voorwerp uitoefent. Einstein berekende dat doordat dat elk
hemellichaam alle andere hemellichamen aantrekt, alle materie van het heelal op elkaar zou moeten storten. Aangezien
men dit niet waarneemt, voerde hij ook een extra afstotende zwaartekracht in (uitgedrukt door een zogenaamde 'Cosmologische
constante'). |
| De Sitter berekende echter dat het
heelal zou moeten gaan uitzetten. In 1929 ontdekte Hubble dat het heelal inderdaad uitzet en hij dacht eerst dat
dit de Sitter's ideeën bevestigde. Later werd echter duidelijk dat ook zonder de afstotende zwaartekracht
het heelal kan uitzetten. De laatste jaren is echter door de studie van verre supernova explosies gevonden dat
er toch in het heelal een extra afstotende zwaartekracht lijkt te zijn (welke thans wordt aangeduid als 'donkere
energie'), welke meer dan 70 procent van alle energie van het Heelal omvat en is de Sitter's theorie weer helemaal
terug. |
| |
| |
|
|
Vrijdag 27 maart
2009
"De echo
van de oerknal"
door Prof. Dr. Rien
van de Weygaert, Universiteit van Groningen
Deze lezing wordt
vooraf gegaan door de Algemene Ledenvergadering
|
 |
De Nobelprijs voor de Natuurkunde
2006 werd toegekend aan John Mather en George Smoot. Zij kregen de prijs voor hun baanbrekende werk aan het spectrum
van de microgolfachtergrondstraling en het in kaart brengen van de minuscule afwijkingen van de globale temperatuur
van T=2.725 K. Het is de vroegste opname van ons Heelal, slechts 379.000 jaar oud en geeft de embryonale kiemen
van alle structuur in het Heelal weer. De afbeelding laat deze verschillen in kleurschakeringen zien. |
| |
|
De kosmische achtergrondstraling is
de thermische straling afkomstig uit het zeer vroege Heelal en werd voor het laatst verstrooid tijdens de recombinatie
van electronen en protonen tot waterstofatomen toen het Heelal ten gevolge van zijn uitdijing was afgekoeld tot
3000 K. Deze straling, bij toeval ontdekt door Penzias & Wilson in 1965 (die er in 1978 de Nobelprijs voor
ontvingen), heeft een perfect zwartelichaamsspectrum met een huidige temperatuur van T=2.725 °K. Het is het
stralingsveld van het Heelal, de fotonen zijn veruit het meest voorkomende deeltje in onze kosmos. Deze kosmische
microgolfachtergrondstraling is een echte schatkamer van kosmologische informatie. In deze presentatie worden zowel
de kosmologische als natuurkundige achtergrond ervan behandeld binnen het kader van de Hete Oerknal theorie. We
zullen laten zien waarom het bestaan van deze straling het ultieme bewijs is voor het bestaan van een zeer hete
en dichte vroege kosmische fase. Ook zullen we een indruk proberen te geven van wat we geleerd hebben van de minieme
afwijkingen van de temperatuur. Op basis hiervan weten we bijv. dat het heelal bijna perfect vlak is. Ook dat het
een sterke ondersteuning blijkt voor de inflatiefase van het vroege heelal.
We zullen hierbij met name veel aandacht besteden aan de COBE en WMAP satelliet- experimenten die zo cruciaal geweest
zijn voor het openen van dit venster op de eerste seconden van onze wereld.... |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 27 februari
2009
"Van molecuul
tot planeet"
door Prof. Dr. Erwine
F. van Dishoeck, Sterrenwacht Leiden
|
 |
Nieuwe sterren vergelijkbaar met onze
Zon worden geboren in de uiterst koude en ijle wolken tussen de sterren in onze Melkweg. De wolken bestaan uit
gas en kleine stofdeeltjes, en vormen een rijke bron van chemische processen. Nieuwe, baanbrekende waarneemfaciliteiten
zoals de Europese ISO--satelliet en submillimeter telescopen, stellen astronomen in staat om voor het eerst tot
diep in de kraamkamers van jonge sterren en planeten door te dringen. Hoe worden nieuwe sterren gevormd, en hoe
gewoon is het dat ze planeten zoals de aarde of Jupiter om zich heen hebben? Wat gebeurt er met de chemische samenstelling
van het materiaal? Recente resultaten tonen een grote overeenkomst tussen de chemische compositie in de interstellaire
ruimte en de samenstelling van objecten in ons eigen zonnestelsel, zoals kometen. Kunnen de organische verbindingen,
die hier in grote mate worden gevonden, de bouwstenen vormen voor meer complexe biologische verbindingen. |
| |
|
| |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 30 januari
2009
Let op!! Prof.dr. Paul Groot is deze avond verhinderd.
Wij zijn blij u als alternatief de volgende lezing te kunnen aanbieden:
"Digitale
astrofotografie"
door Arie Nagel
|
 |
Digitale astrofotografie heeft grote
voordelen boven de natte astrofotografie. We noemen er enkele. Ten eerste is de 'quantum efficiency' bij de ccd-fotografie
vele malen hoger dan bij de 'natte' fotografie. Een verder voordeel van de digitale fotografie betreft het ontbreken
van het zogenoemde Schwarzschild-effect. Dit is het effect dat bij toenemende belichtingstijd de gevoeligheid van
de film terugloopt. Een derde voordeel van de ccd is dat de onvermijdelijke ruis gemakkelijker te onderdrukken
is. Tenslotte is het voordeel van de ccd-fotografie dat het beeld meteen op de computer te manipuleren is. |
| |
|
Van de redenen om te fotograferen
- boven visueel waarnemen - noemen we er twee. Van heldere objecten willen we vastleggen wat we visueel ook al
kunnen waarnemen. En het liefst nog wat meer dan dat. De tweede reden om te fotograferen is om zichtbaar te maken
wat het - al dan niet gewapende - oog niet kan zien. We maken hier gebruik van het feit dat een camera het licht
kan cumuleren; iets dat het oog maar in zeer beperkte mate kan. Of we kijken in een golflengte waar het oog niet
of nauwelijks gevoelig voor is, zoals in het infrarood; ccd-camera's zijn hier juist heel gevoelig!
De voordracht geeft een overzicht van de manieren om foto's te maken: van stilstaande camera, via camera's met
lenzen die meerijden op de montering en webcams die opnamen van maan en planeten maken tot de speciale astrocamera's
voor deep-sky-fotografie. Ook wordt aandacht besteed aan het bewerken van de ruwe opnamen en kleurenfotografie
in RGB. Minder aan bod komt de fotografie van de zon en meteoren. Het fotograferen van spectra wordt niet behandeld.
Voor meer informatie kijk ook op:
|
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 19 december
2008
"Eigen avond"
AWSV Metius
met bijdragen van
leden
|
 |
Traditioneel wordt de lezingenavond
van december ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen
over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.
De avond is ook toegangkelijk voor geinteresseerde niet-leden, die iets meer willen weten over de AWSV Metius en
wat er onder de leden leeft. De zaal is open vanaf 19.30 uur en de presentaties beginnen omstreeks 20.15 uur. De
avond is om ca. 22:30 afgelopen.
Het programma van deze avond wordt z.s.m. op deze site gepubliceerd. |
| |
| |
| |
|
Vrijdag 28 november
2008
"Klimaatverandering"
door Prof. Dr. Salomon
Kroonenberg
|
 |
Wij mensen kijken door een zo nauw
sleutelgat naar de tijd dat wij denken dat het klimaat nu pas voor het eerst verandert, en dat het niet meer zal
gebeuren als wij maar braaf zijn. Maar wij moeten niet alleen vooruitkijken tot het jaar 2100, zoals de meeste
klimaatmodellen doen: dat is de toekomst gemeten met de menselijke maat . Natuurlijke processen als klimaatverandering,
zeespiegelstijging, aardbevingen en vulkanische erupties fluctueren in veel grotere tijdschalen . Als je kijkt
tot het jaar 10.000 zie je de huidige veranderingen in een heel ander perspectief. Alle rampen waar we nu bang
voor zijn, hebben in het verleden al eens plaatsgevonden, en zelfs nog wel grotere, door natuurlijke oorzaken.
Wie zoals Al Gore zegt: “we might lose the earth” ziet niet dat alles wat er nu gebeurt, ook de recente opwarming
van het klimaat, vanuit het standpunt van de aarde business as usual is. Wie zegt dat de aarde er aangaat, bedoelt
niet de aarde maar zichzelf, de mensheid. Een kleinzielig antropocentrisch wereldbeeld dat geen recht doet aan
het feit dat de mens voor de aarde, zoals Mark Twain het zegt, niets meer is dan het likje verf op het topje van
de Eiffeltoren. Salomon
Kroonenberg |
| |
|
| Voor informatie over Salomon Kroonenberg
zie zijn website.
|
| |
| |
|
Vrijdag 31 oktober
2008
"Het uitdijend heelal:
een geschiedenis van licht en donker"
door Prof. Dr. Jan-Willem
van Holten, Vrije Universiteit Amsterdam
|
 |
Waarnemingen en precisiemetingen geven
ons een steeds beter en nauwkeuriger inzicht in de ontwikkeling van het universum. Nieuwe en tot kort onvermoede
vormen van materie en energie spelen daarin een sleutelrol. In mijn lezing zal ik de waarnemingen en hun interpretatie
bespreken, en ingaan op de vraag of wij leven in een speciale tijd in de geschiedenis van de kosmos. Jan-Willem van Holten |
Over Prof. Dr. Jan-Willem van
Holten
Jan-Willem van
Holten promoveerde in 1980 in de theoretische natuurkunde aan de Universiteit Leiden. Na een aantal jaren te hebben
gewerkt in het buitenland: CERN (Geneve), en Duitsland, werd hij in 1985 staflid van het NIKHEF, het nationaal
instituut voor deeltjesfysica in Amsterdam. Sinds 1999 is hij buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit
in Amsterdam met als leeropdracht Gravitatie en Kosmologie. |
| |
LET OP: De complete lezing in Powerpoint
kunt u downloaden van de website van Prof. Dr. van Holten.
De grootte van
het bestand (Metius.ppt) bedraagt ca. 9 Mb.
Afhankelijk van uw verbinding kan het downloaden enige tijd in beslag nemen. |
| |
|
Vrijdag 26 september
2008
"De ontdekking van nieuwe werelden:
planeten rond andere sterren"
door Ignas Snellen,
Universiteit Leiden
|
 |
Al lang hebben astronomen zich afgevraagd
of er rond de sterren aan de hemel net zulke planeten draaien als de aarde om de zon. We leven in spannende tijden,
want er voltrekt zich een heuse revolutie in de studie naar deze 'extrasolaire' planeten. In deze lezing wordt
er een overzicht gegeven van de stand van zaken. De meeste objecten blijken absoluut niet op die in ons eigen zonnestelsel
te lijken, maar men komt steeds dichter bij de ontdekking van mogelijk 'aardachtige' planeten. Er zijn vergaande
plannen om deze dan verder te onderzoeken naar het bestaan van leven. Ignas Snellen |
Over Ignas Snellen
Ignas Snellen
is docent sterrenkunde aan de Universiteit Leiden, en doet onderzoek aan extrasolaire planeten. |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 28 maart
2008
"De actieve
zon en zijn invloed op de Aarde"
door: professor dr.
Max Kuperus (UU)
(Deze lezing
wordt vooraf gegaan door de Algemene Ledenvergadering)
|
 |
Onze Zon is geen constante lichtbron.
Behalve dag en nacht en de seizoenen vertoont de Zon een elfjarige magnetische periode die van invloed is op het
totale spectrum. Tijdens maximum aktiviteit zijn er veel zonnevlekken en explosieve uitbarstingen die een sterke
verhoging van rontgen straling en radiostraling en ultraviolette straling tot gevolg heeft. Ook verlaten grote
hoeveelheden materie en snelle deeltjes de zon. |
De snelle deeltjes kunnen door het
aardse magnetische veld worden gevangen en opgeslagen in stralingsgordels van waaruit ze naar de ionosfeer en atmosfeer
lekken en daar diverse storingen veroorzaken zoals het fraaie poollicht. De grote coronale wolken die niet direct
de aarde en zijn magnetosfeer raken maar de zeer veel grotere heliosfeer vullen zijn indirect van invloed door
het veroorzaken van een modulatie van de cosmische straling
De elfjarige zonnecyclus is verre van constant. De ene periode is veel intenser dan de andere en soms valt gedurende
vele decennia de zonneactiviteit weg. Er lijkt een verband te bestaan tussen het klimaat op aarde en zulke lange
perioden van minimale activiteit.
De UV straling zorgt in onze hogere atmosfeer voor het ontstaan van een beschermende Ozon laag. De temperatuur
op aarde wordt bepaald door enerzijds de instraling van de zon en anderzijds de uitstraling van de aarde. Dit is
een ingewikkeld mechanisme dat het broeikaseffect heet. Het is afhankelijk van de samenstelling van de atmosfeer
i.h.b. de concentraties van kooldioxide, waterdamp,methaan en Ozon. Er woedt op dit moment een felle discussie
over de invloed van de mens via zijn industriele activiteiten op de temperatuurtoename van de aarde enerzijds en
de invloed van de aktieve zon anderzijds. Behalve zon en mens zijn er nog andere onvoorspelbare effecten zoals
vulkanisme en komeetinslagen. Men moet bedenken dat ook in het verleden warmteperioden en koudeperioden voorkwamen. |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 29 februari
2008
"Van Tuitjenhorn
tot Kuipergordel"
door: H. Torenvlied
|
 |
(Het leven van prof. Dr. Gerard Kuiper)
Gerrit Pieter Kuiper (Tuitjenhorn, 7 december 1905 - Mexico-stad, 23 december 1973) was een Amerikaanse astronoom
van Nederlandse afkomst. Hij werd geboren in het Noord-Hollandse Tuitjenhorn (Gemeente Harenkarspel). Naar hem
is de Kuipergordel genoemd. |
Kuiper was een periode werkzaam bij
de Leidse sterrenwacht en was tevens hoogleraar te Chicago in de Verenigde Staten. Van 1935 tot 1937 was hij assistent
in het Lick Observatory in Californië. Twee jaar later verkreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap. In
de oorlog toegevoegd aan de staf van het Amerikaanse leger in Engeland i.v.m ontwikkeling van de radar, terug naar
amerika.
In januari 1945 maakte hij deel uit van "Alsos Mission of U.S.". Daar bestond onder andere zijn taak
uit het achterhalen hoever de Duitsers gevorderd waren met het ontwikkelen van een atoombom. Hij opereerde direct
achter het front. Ook moest hij voor Amerika belangrijke Duitse geleerden op transport naar de Verenigde Staten
proberen te zetten. Van 1947 tot 1949 fungeerde hij als hoofd van het Yerkes Observatory en van 1957 tot 1960 van
het McDonald Observatory.
Als hoofd van het onderzoeksprogramma van de National Aeronautic and Space Administration's Ranger hield hij zich
bezig met het onderzoek naar planeten, kometen, planetoïden en maankraters. Hij stelde een theorie samen over
het ontstaan van planeten.
In 1951 suggereerde hij het bestaan van een brede gordel van komeetachtige, uit rots en ijs bestaande objecten
en planetoïden buiten de baan van de planeet Neptunus. Het bood onder meer een verklaring voor de vorming
van de dwergplaneet Pluto. In de gordel zouden eveneens kometen kunnen ontstaan. Het bestaan van de Kuipergordel,
zoals het gebied genoemd werd, werd pas ruim 40 jaar later bevestigd met de ontdekking van een tweede object (naast
Pluto en haar maan Charon). Daarna is het bestaan van nog meer objecten in de gordel aangetoond. |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 25 januari
2008
"Groenland,
Antarctica, klimaatverandering en zeespiegelstijging"
door: dr. Michiel
van den Broeke, Universiteit Utrecht (IMAU)
|
 |
De ijskappen van Groenland en Antarctica
bevatten genoeg ijs om wereldwijd de zeespiegel met tientallen meters te laten stijgen. Lang werd aangenomen dat
deze enorme ijsmassa's te groot zijn om snel op klimaatverandering te reageren, maar recente waarnemingen hebben
aan het licht gebracht dat de Antarctische en Groenlandse ijskappen nu al bijdragen aan wereldwijde zeespiegelstijging.
De waargenomen zeespiegelstijging lijkt zelfs te versnellen, hetgeen ook wordt
toegeschreven aan de snel veranderende massahuishouding van de grote ijskappen. In deze lezing wordt een overzicht
gegeven van het klimaat van de grote ijskappen, hoe dat in het recente verleden is veranderd en in welke mate dat
invloed heeft op de massabalans en de zeespiegel, volgens de meest recente inzichten. |
| |
| Michiel van den Broeke (1968) is sinds
1998 als senior docent- onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek van de Universiteit
Utrecht (IMAU). Zijn onderzoek bracht hem meerdere keren naar Groenland, Svalbard en Antarctica, waar hij samen
met collega's van het IMAU en buitenlandse instituten automatische weerstations heeft opgesteld, ijskernen geboord
en meteorologische experimenten uitgevoerd. In nauwe samenwerking met het KNMI wordt het klimaat van de ijskappen
ook gesimuleerd met meteorologische modellen. |
| |
|
| |
| |
|
|
Vrijdag 21 december
2007
"Eigen avond"
AWSV Metius
met bijdragen van
leden
|
 |
Traditioneel wordt de lezingenavond
van december ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen
over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.
De avond is ook toegangkelijk voor geinteresseerde niet-leden, die iets meer willen weten over de AWSV Metius en
wat er onder de leden leeft. De zaal is open vanaf 19.30 uur en de presentaties beginnen omstreeks 20.15 uur. De
avond is om ca. 22:30 afgelopen.
Deze keer:
* plaatsbepaling met een sextant
(Henk Torenvlied)
* Telescoopbouw
(Hans de Nobel en
Rob Kroonenberg)
* plannen van de WG-TWS voor 2008
(Mees Visser)
* laatste opnames
gemaakt met de ABT
(Inge van de Stadt) |
| |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 30 november
2007
"Sterrenstof
(De oorsprong van materie op Aarde)"
door Dr. Rien Dijkstra,
Sterrenwacht Almere
|
 |
Alle materie op Aarde, waaronder dat
in de lichamen van mens en dier, bestaat uit atomen. Waar komen die atomen eigenlijk vandaan? In deze presentatie
wordt op die vraag ingegaan door middel van een denkbeeldige reis door de ruimte en de tijd. We ontdekken hierbij
een nauwe band tussen de geboorte, het leven en de dood van sterren, en de atomen waar wij uit bestaan. We concluderen
dat wij letterlijk uit "sterrenstof" zijn gemaakt. |
| |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 2 november
2007
"De vorming
van sterren en planeten"
door professor Rens
Waters, Universiteit van Amsterdam
|
 |
We weten sinds 1995 dat zich rond
zon-achtige sterren exo-planeten bevinden. Kennelijk is planeetvorming een veel voorkomend verschijnsel. Planeten
worden gevormd in schijven van gas en stof die overblijven na de vorming van een ster. Omdat de schijven koud zijn,
kunnen zij het best op lange, infrarood en millimeter golflengtes worden bestudeerd. Er zijn steeds meer aanwijzingen
voor planeetvorming in de schijven die rond jonge, net gevormde sterren worden gevonden: de stofkorrels in deze
schijven plakken aan elkaar, en ook hun samenstelling verandert. Ook het gas in de schijf ondergaat grote (chemische)
veranderingen. |
Bovendien wordt de structuur van de
schijf beinvloed, omdat een proto-planeet haar baan schoonveegt en dichtheidsgolven in de schijf kan veroorzaken.
Op dit moment zijn meer dan 250 exo-planeten bekend. De meeste zijn Jupiter-achtig en zitten dicht bij de ster:
nogal verschillend van ons eigen zonnestelsel. De vraag is hoe uniek ons zonnestelsel is en of er aard-achtige
planeten in de "leefbare" zone bij andere sterren zijn. Rens Waters
De spreker Rens Waters
is verbonden aan het sterrenkundig instituut "Anton Pannekoek" van de Universiteit van Amsterdam en het
Instituut voor Sterrenkunde van de Katholieke Universiteit Leuven. |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 12 oktober
2007
"Gammaflitsen
en de melkwegstelsels waar ze in plaatsvinden"
door dr. Klaas Wiersema,
Universiteit van Amsterdam
|
 |
Zo eens per dag vindt er ergens in het heelal een extreem grote explosie plaats, waarbij een zeer heldere flits
van heel energetische straling (gamma-straling) wordt uitgezonden. Deze gammaflitsen duren maar enkele seconden,
en we kunnen ze detecteren met speciale detectors aan boord van satellieten. Na de heldere flits van gammastraling
kunnen we gedurende uren tot dagen een zogenaamde "nagloeier" waarnemen met telescopen op Aarde en in
de ruimte. |
Maar waar komen deze gammaflitsen
vandaan? En hoe ontstaan ze? Op deze vragen hebben we pas sinds enkele jaren een globaal antwoord: gammaflitsen
ontstaan bij de dood van een zeer zware ster (vele malen zwaarder dan onze zon). Aan het eind van zijn korte leven
heeft zo'n ster de brandstof in zijn kern opverbruikt, en stort hij onder zijn eigen gewicht ineen. De overgrote
meerderheid van deze sterren vormt hierbij geen gammaflits, slechts enkele sterren doen dit. Uit metingen aan de
nagloeiers blijkt dat gammaflitsen op enorme afstanden plaatsvinden, in melkwegstelsels zeer ver weg.
Voor het onderzoek in mijn proefschrift, heb ik samen met een groot team van wetenschappers over de hele wereld
waarnemingen gedaan aan de nagloeiers van gammaflitsen, met de grootste telescopen op Aarde. Uit de eigenschappen
van de melkwegstelsels waarin de gammaflitsen plaatsvinden leiden we eigenschappen af van de sterren die bij hun
dood een gammaflits maken, en de omgeving waarin ze leefden. Ook hebben we de nagloeiers gebruikt om juist de eigenschappen
van de melkwegstelsels op deze grote afstanden te bestuderen. Klaas Wiersema
Klaas Wiersema heeft
van 1997 tot 2003 sterrenkunde en theoretische natuurkunde gestudeerd. Na zijn afstuderen is hij direct begonnen
als promovendus bij de Universiteit van Amsterdam, waar hij op 13 september j.l. is gepromoveerd met zijn proefschrift
"delving into the dragons den: the host galaxies of gamma-ray bursts". |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 28 september
2007
"Asteroseismologie"
door drs. Haili Hu,
Radboud Universiteit Nijmegen
|
 |
Sterren zijn fascinerende en belangrijke
objecten, ze zijn de bouwstenen van het heelal. De interne structuur van een ster kan ons veel leren over o.a.
nucleaire processen, de evolutie en vorming van sterren en zelfs de geschiedenis van het heelal. De inwendige fysische
processen kunnen wij helaas niet waarnemen en ook niet nabootsen in een laboratorium. We moeten creatief zijn om
de structuur en de exacte mengprocessen van de gaslagen binnenin de ster te bestuderen. Het onderzoeksdomein asteroseismologie
beoogt dat door gebruik te maken van de over het steroppervlak lopende trillingen. Deze trillingen geven veel geheimen
prijs over de inwendige processen in de ster. Men kan dit vergelijken met muziekklanken. |
| Zij zijn uniek verbonden met de bouw
en eigenschappen van het instrument. Om dezelfde reden kunnen astronomen uit de 'klank' (trillingsfrequentie) van
een ster haar interne structuur afleiden. Helaas kunnen we de stertrillingen niet 'horen' hier op Aarde want er
is geen medium tussen de sterren en onze waarnemers. Wel kunnen we de trillingen afleiden uit helderheids- of snelheidsvariaties
van het steroppervlak. Deze geven de trillingsfrequenties prijs. Tijdens de lezing zullen we ons naar het binnenste
gedeelte van sterren verplaatsen en hun trillingen 'beluisteren'. Vervolgens maken we duidelijk hoe de trillingen
de inwendige fysische processen in sterren blootleggen. Haili Hu |
| |
| |
| |
|
|
Vrijdag 25 mei
2007
"Hoedjes-avond"
een informele avond voor leden en gasten, zonder centrale elementen
|
 |
Voor degenen die niet weten wat een
Hoedjesavond is eerst enige uitleg.
Indertijd stelde Siem Hoedjes, voorheen penningmeester van onze vereniging, vast dat er behalve de lezingen ook
behoefte was onder de leden aan een min of meer informele gespreksavond. Het was gebleken dat er tijdens de pauzes
bij de lezingen nauwelijks tijd was voor de leden om ervaringen uit te wisselen. Ook na de lezingen is daar meestal
geen tijd meer voor. Siem Hoedjes stelde in een bestuursvergadering voor naast de lezingen een extra informele
avond in de maand mei toe te voegen, waarbij leden ook introducés mogen meenemen. Hij bood daarbij aan de
kosten van de zaalhuur voor de eerste informele avond op zich te nemen. Dit werd door het bestuur met dank aanvaard
en tevens werd besloten deze informele avond te noemen naar de initiator Siem Hoedjes. Dus vandaar de naamgeving:
"Hoedjesavond". |
| |
| |
| |
|
BELANGRIJKE MEDEDELING:
De lezing van vrijdag 27 april
gaat definitief niet door, omdat de spreker verhinderd is.
Een alternatief is helaas niet gevonden.
|
|
Vrijdag 27 april
2007
Geen Lezing!
|
| |
|
| |
|
Vrijdag 30 maart
2007
"Oneindigheid"
door drs.
Nico Krijn
|
 |
Wie de natuurlijke getallen op een
rijtje zet beseft dat hij almaar door kan gaan: 1 ,2,3, ... Zo komt het oneindige om de hoek kijken. De oude Grieken
dachten zelfs al na over het oneindige. Plato en Aristoteles hadden er tegenstrijdige opvattingen over. In de negentiende
eeuw ontdekt Cantor dat er niet één enkele soort oneindigheid is, maar ietsje meer dan dat. Oneerbiedig
gezegd komt Cantor met een hele dierentuin van oneindigheden. Dat brengt moeilijkheden met zich mee. Zozeer zelfs
dat de Nederlandse wiskundige Brouwer het helemaal oneens is met Cantor. Volgens Brouwer bestaat de dierentuin
van Cantor helemaal niet. In de lezing wordt met zo weinig mogelijk wiskunde een overzicht gegeven van 'het oneindige'
vanaf de Grieken tot aan vandaag. Met name de filosofische aspecten komen aan de orde. Heeft Cantor het bij het
rechte eind of Brouwer? Of allebei? U zult het horen! |
Over Nico Krijn:
Velen vragen zich af hoe het komt dat er oorlog is, dat er maatschappelijke ongelijkheid is, dat er - ondanks onze
kennis, kunde en mogelijkheden - mensen zijn die honger lijden. Zij voelen zich verbonden met de onderdrukte en
benadeelde medemens. Het onrecht dat anderen overkomt is voor hen een rede zich te bezinnen op het menselijk handelen.
Zij filosoferen vanuit een praktisch motief over goed en kwaad. Anderen verwonderen zich over de schoonheid van
de wereld. Zij vragen zich af of er een overkoepelende natuurwet is, of wiskunde wordt uitgevonden of ontdekt,
of er een grens aan ons kennen is... Deze lieden filosoferen vanuit een theoretisch motief.
In 1980 volgde ik een cursus sterrenkunde bij Teleac. Ik viel werkelijk van de ene verwondering in de andere. Blijft
het heelal altijd uitdijen? Zijn er meerdere heelallen? Is er leven op andere plekken in het heelal? Vanaf die
tijd was ik geïnteresseerd in filosofie. Pas veel later ben ik filosofie gaan studeren. Dat werd in de filosofie
van de wiskunde. Van filosofie kan de schoorsteen niet roken, voor het dagelijks brood werk ik bij TNO. Daar ontmoette
ik mijn collega Manuel Nepveu die astronomie studeerde. Samen scheven wij artikelen op het grensgebied van wiskunde
en filosofie. Naar het zich laat aanzien worden dit jaar die artikelen in een boek gebundeld. Van ons gezamenlijk
artikel 'het oneindige in de wiskunde' is voor de toehoorders van de lezing een overdruk beschikbaar.Nico Krijn |
| |
| |
|
Vrijdag 26 januari
2007
"Astrofotografie"
door Prof.
dr. John Sussenbach
|
 |
De bekende astrofotograaf John Sussenbach
zal een presentatie verzorgen over de webcamrevolutie in de astrofotografie. Aan de orde komen o.a. de beginselen
van webcam-astro-imaging. Aan de hand van eigen opnamen toont dhr. Sussenbach aan dat met behulp van een webcam
een amateur tegenwoordig resultaten kan bereiken die beter zijn dan de opnamen die professionele sterrenwachten
dertig jaar geleden maakten. Vooral voor planeten is de webcam zeer goed geschikt. |
| |
| |
| |
|
Vrijdag 22 december
2006
"Eigen avond"
AWSV Metius
met bijdragen
van leden
|

(Deze avond is de entree gratis voor
niet-leden) |
Traditioneel wordt de lezingenavond
van december ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen
over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.
De avond is ook toegangkelijk voor geinteresseerde niet-leden, die iets meer willen weten over de AWSV Metius en
wat er onder de leden leeft. De zaal is open vanaf 19.30 uur en de presentaties beginnen omstreeks 20.15 uur.
Deze keer:
* het opstellen van een Colour Magnitude Diagram
(Inge van de Stadt)
* terugblik op de zonsverduistering van 29 maart 2006
(Hans de Nobel)
* De meest recente opnames van de ABTelescoop
(ABT-waarnemers)
* Vanuit de werkgroepen
zal Martin van den
Bogaerde iets vertellen
over de activiteiten van Theoretische Weer- en Sterrenkunde en Wim Koomen over de Sterrenwacht Bakkum. |
| |
| |
| |
|
Vrijdag 24 november
2006
"Kosmische
straling in onweerswolken;
een mogelijke oorzaak van bliksem"
door drs. Stijn Buitink,
Universiteit Nijmegen
|
 |
De aarde wordt voortdurend vanuit
de kosmos gebombardeerd met kleine deeltjes, zoals protonen en atoomkernen. Deze deeltjes hebben een gigantisch
hoge energie en bewegen met bijna de snelheid van het licht. Dit wordt kosmische straling genoemd en de herkomst
behoort tot een van de grote vraagstukken van de astrofysica. Wanneer zo'n kosmisch deeltje de aardatmosfeer binnenvliegt
botst het tegen een luchtmolecuul aan. Bij deze botsing worden nieuwe deeltjes geproduceerd die elk op hun beurt
weer opnieuw botsingen ondergaan. In korte tijd ontstaat een `douche' (air shower) van miljoenen deeltjes waarvan
een deel het aardoppervlak bereikt. |
Kosmische straling en air showers
kunnen worden waargenomen met deeltjesdetectoren, maar er bestaan ook indirecte detectiemethoden zoals het meten
van de radiostraling die door de deeltjes wordt uitgezonden terwijl ze door de atmosfeer vliegen. Binnenkort kunnen
de radiosignalen van air showers in Nederland worden waargenomen met behulp van LOFAR. LOFAR staat voor Low Frequency
ARray en is een groot netwerk van piramidevormige radio antennes. In de eerste fase worden 15.000 dergelijke antennes
verspreid over een gebied van 100 km doorsnede.
Kosmische straling heeft op verschillende manieren invloed op onze leefomgeving. Een van de spectaculairste theorieën
op dit gebied is ontwikkeld door de rus Alexander Gurevich. Hij voorspelt dat een air shower die door een onweerswolk
vliegt precies de juiste omstandigheden kan scheppen voor een elektrische ontlading naar de grond, oftewel: bliksem. Stijn Buitink |
| |
| 47 bezoekers genoten van een duidelijke
en mooi opgezette presentatie van Stijn Buitink. Stijn wist het LOFAR-project, de airshowers en de theorie dat
bliksem "ontstoken" wordt door deze showers knap te combineren tot een begrijpelijk verhaal. |
| |
|
Vrijdag 27 oktober
2006
"De Pleistocene
ijstijden"
door Dr. Carleen
Tijm-Reijmer, Utrecht University
|
 |
Gedurende de laatste paar miljoen
jaar wordt het aardse klimaat klimaat gekenmerkt door grote schommelingen: de Pleistocene ijstijden. Deze openbaren
zich vooral op gematigde en hogere breedten, waar met enige regelmaat enorme ijskappen het landschap platwalsen.
De geologische documentatie van deze ijstijden was aanvankelijk vooral gebaseerd op de bestudering van afzettingen
op het land. Velen kennen de namen van "de" viergrote ijstijden (Günz, Mindel, Riss, Würm),
die afkomstig zijn van rivieren in centraal Europa. |
Het onderzoek aan diepzee-afzettingen
en ijskernen heeft het klassieke beeld van de Pleistocene ijstijden op z'n kop gezet. Er bleken er meer dan vier
te zijn geweest, en er kwam ook een uitgesproken cycliciteit van 100 000 jaar naar voren. Verder is nu afdoende
bewezen dat de laatste ijstijd 20 000 jaar geleden op z'n eind liep, en niet 80 000 jaar geleden zoals aanvankelijk
werd gedacht.
De meest populaire theorie van de ijstijden is ongetwijfeld de Milankovitch-theorie. Deze theorie zegt dat de ijstijden
direct veroorzaakt worden door veranderingen in de instraling t.g.v. veranderingen in de baan van de aarde. Als
deze theorie juist is duidt ze op een extreme gevoeligheid van het aardse klimaat, want de Milankovitch-instralingsvariaties
zijn bijzonder klein (enkele %). Er moeten blijkbaar processes werkzaam zijn in het klimaatsysteem die de gevolgen
van een kleine wijziging in de energiebalans enorm versterken. Zulke processen zijn inmiddels bekend, en in de
lezing zal hieraan ruim aandacht worden besteedt. Hierbij spelen modellen een belangrijke rol. De lezing zal worden
afgesloten met een voorspelling: het begin van de volgende ijstijd. |
| |
| Het klimaat blijft de mens blijkbaar
boeien. Er waren maar liefst 75! bezoekers op de lezing van Carleen Tijm-Reijmer afgekomen. Het was een prima opgebouwde
en enthousiast gebrachte presentatie door een wetenschapster uit de praktijk. En we kunnen gerust zijn.., het duurt
nog wel even voor het weer voor langere tijd ijskoud wordt in NL. |
| |
|
Vrijdag 29 september
2006
"Internet
telescoop in Alkmaar"
door Frans Nieuwenhout,
Metius
|
 |
De afdeling Metius is al enkele jaren
bezig een telescoop te bouwen die via internet bediend kan worden. De leden van de vereniging krijgen dan de mogelijkheid
om vanuit huis de telescoop op afstand te bedienen. Nadat de kijker naar het gezochte object gericht is kan er
met een kamera een opname gemaakt worden. Deze kan naar de eigen PC gestuurd worden voor verdere bewerking.
In de eerste helft van de lezing zal getoond worden hoe het bouwen in zijn werk is gegaan en wat er allemaal gedaan
is. Verder zullen wat eerste plaatjes getoond worden die met de kijker gemaakt zijn. In de tweede helft van de
lezing zal uitgelegd worden hoe de kijker op afstand te bedienen valt. |
| |
| |
| |
|
Vrijdag 28 april
2006
"Nagloeiers van gamma-flitsen: de Swift-revolutie"
door drs. Klaas Wiersema,
UvA
(Voorafgaande
aan deze lezing en in de pauze daarvan vindt er een boekenverkoop plaats. Aanvang 19:30 uur)
|
 |
Al sinds de jaren '70 worden geregeld
mysterieuze, heldere flitsen van gamma-straling aan de hemel waargenomen. Zo'n 30 jaar lang bleef de identiteit
van deze flitsen een raadsel. Een grote ontdekking in 1997 betekende een doorbraak: In februari van dat jaar lukte
het een team van Amsterdamse sterrenkundigen om de zogenaamde "optische nagloeier" van zo'n gamma-flits
te vinden. Hierna nam onze kennis van gamma-flitsen zeer snel toe, en we weten nu dat ze ontploffingen zijn waarbij
zware sterren en zwarte gaten hoogstwaarschijnlijk de hoofdrol spelen. Ze zijn de meest energierijke gebeurtenissen
in het heelal sinds de oerknal, en sommige zijn meer dan 10 miljard lichtjaar van ons verwijderd. |
Een nieuwe satelliet die anderhalf
jaar geleden is gelanceerd, Swift, stelt ons in staat om grote aantallen nagloeiers te vinden (zo'n 100 per jaar)
en hun eigenschappen te achterhalen. Ik zal een beeld schetsen van onze huidige kennis van gamma-flitsen en hun
nagloeiers, en welke (waarneem)technieken we precies gebruiken om meer over deze mysterieuze explosies te weten
te komen.
Ik zal een overzicht geven welke grote raadsels rond gamma-flitsen we de afgelopen anderhalf jaar hebben opgelost
met behulp van Swift. Hierbij wordt een heel actuele blik op het huidige gamma-flits onderzoek gegeven. Tot slot
zal ik aangeven waar het onderzoek zich de komende jaren op zal richten. Uiteraard zal ook de bijdrage van amateurs
aan bod komen. Klaas
Wiersema |
| |
Klaas Wiersema heeft als gammaflits-expert
de 49 aanwezige bezoekers met een uitstekende presentatie in begrijpelijke taal een indruk gegeven van de hectische
wereld van de jacht op gammaflitsen en hun nagloeiers. Leuk om te zien dat niet alleen de professionals met de
meest moderne (robot)apparatuur, maar ook amateurs resultaat kunnen boeken.
|
| |
|
Vrijdag 31 maart
2006
"De Toekomst van Weerwaarnemingen"
door Ad Stoffelen (KNMI)
(Voorafgaande
aan deze lezing vindt de Algemene Ledenvergadering plaats; aanvang 19:00 uur)
|
 |
Om te komen tot een nauwkeurige weersvoorspelling
is een accurate en gedetailleerde analyse van de bestaande weersystemen van essentieel belang; hiervoor is een
mondiaal netwerk van weerwaarnemingen noodzakelijk. We staan 150 jaar na de oprichting van het KNMI op een keerpunt
wat betreft de weerwaarneming. Sinds kort is het namelijk zo dat atmosferische waarnemingen vanuit satellieten
een minstens even grote bijdrage leveren aan de meerdaagse weersverwachting op het Noordelijk halfrond als de grondgebaseerde
waarnemingen. In de voordracht zal ingegaan worden op de tekortkomingen van het bestaande wereldomvattende grond-gebaseerde
meteorologische netwerk en op de rol die satellietwaarnemingen spelen in het opheffen van deze tekortkomingen.
Satellietwaarnemingen van wind, temperatuur, waterdamp, wolken en ozon, en de wijze waarop zulke metingen gebruikt
worden in met name de numerieke weersvoorspelling, komen aan de orde. Tenslotte komt de actuele weersituatie en
-verwachting aan bod. Ad
Stoffelen |
| |
| Eindelijk weer een weerkundig onderwerp.
De 44 bezoekers werden door Ad Stoffelen bijgepraat over de huidige methodes van weerwaarneming, maar vooral ook
over de toekomstplannen daarvan. Getuige de vragen en opmerkingen uit de zaal leeft deze materie, maar bleek ook
dat er een hoop kennis bij sommigen van de bezoekers aanwezig was. |
| |
|
Vrijdag 24 februari
2006
"LOFAR, De nieuwe radiotelescoop"
door Dr. Ir. M.J. Bentum
(Astron)
|
 |
LOFAR (LOw Frequency ARray) is de grootste radiotelescoop ter wereld, die waarnemingen doet in de lage frequenties
(10 tot 250 MHz). LOFAR bestaat uit ruim 25.000 kleine antennes. Die antennes worden verspreid over Friesland,
Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en een stuk van Duitsland. LOFAR is een uniek ICT-project dat is ontstaan
uit de ambitie van Nederlandse sterrenkundigen om het prille begin van ons heelal waar te nemen. Daarvoor is een
radiotelescoop nodig die honderd maal gevoeliger is dan de huidige telescopen. Hiermee wordt LOFAR de grootste
radiotelescoop ter wereld.
In de lezing zal ik het LOFAR-project toelichten en de eerste resultaten van het testveld laten zien. Mark Bentum |
Over Dr. Ir Mark Bentum
Mark Bentum is werkzaam bij ASTRON, de Stichting Astronomisch Onderzoek in Nederland. Momenteel is hij de coördinator
van de "Rollout" van het LOFAR-project en zet hij de afdeling 'Operations' op van LOFAR en de Westerbork
telescoop. Mark heeft elektrotechniek gestudeerd aan de Universiteit van Twente. |
| |
| Het was druk tijdens deze lezing.
Mark Bentum wist maar liefst 65 bezoekers te boeien met een inspirerend verhaal over het LOFAR-project. Op geheel
eigen wijze, inhoudelijk, maar ook met humor heeft Mark de aanwezigen duidelijk gemaakt wat er komt kijken bij
zo'n groot project. Overigens heeft het begrip "Gamma" in de wereld van de Astronomie ook op een andere
wijze zijn intrede gedaan, zo bleek.
|
| |
|
Vrijdag 27 januari
2006
"Nederlandse deelname aan ruimtevaartprojecten"
door Ir D.de Hoop, NIVR,
Delft
|
 |
Toelichting Nederlandse ruimtevaart
activiteiten
Bemande ruimtevaartprogramma's
en de Nederlandse DELTA-missie van André Kuipers in 2004 zijn slechts een onderdeel (maar wel belangrijk)
van het Nederlandse ruimtevaartprogramma. Nederland is reeds vanaf de jaren 50-60 actief in vooral projecten van
het Europese agentschap ESA, waarvan de belangrijkste vestiging ESTEC zich in Noordwijk bevindt. Ook kent Nederland
nationale en internationale samenwerkingsprogramma's met NASA en anderen.
Hopelijk weet en ieder dat burgers, bedrijven, wetenschappers, etc al een veertigtal jaren veel gebuik maken van
de ruimtevaartsystemen zoals communicatiesatellieten (TV, mobiel) en weersatellieten (dagelijks weerbericht, stormwaarschuwingen,
etc). Ook wetenschappers (astronomen, meteorologen, geodeten, etc) benutten de satellieten voor tientallen toepassingen
(klimaat, milieuvervuiling, waterbeheersing, etc).
Nederland speelt op vele gebieden een behoorlijke rol, zowel de bedrijven als instellingen en universiteiten. Enkele
duizenden personen zijn in deze sector werkzaam in Nederland (bij ESTEC al meer dan 1500) en een veelvoud maakt
gebruik van de ruimtevaartresultaten. Dergelijke aspecten worden in het eerste deel van de lezing tot de pauze
aandacht besteed. |
Toelichting bemande ruimtevaart,
lanceersystemen en de DELTA
Al vele jaren wordt het ISS (international Space Station) benut voor onderzoek op vele gebieden. Tientallen astronauten
hebben ISS al bezocht. ISS is het grootste internationale samenwerkingsprogramma ooit waarbij Amerikanen, Russen,
Europeanen, Japanners, enz. vreedzaam met elkaar samenwerken. De laatste jaren gaan regelmatig zogenaamde Europese
Soyuz-missies naar ISS, waarbij een Europese astronaut gedurende circa 10 dagen experimenten in ISS kan doen van
vooral Europese wetenschappers. Frankrijk, Italië, België en Spanje hebben al dergelijke missies uitgevoerd
in samenwerking met ESA. In april 2004 heeft de Nederlandse Soyuz-missie DELTA met André Kuipers enorm veel
aandacht getrokken in Nederland, zodat hierbij speciaal wordt stilgestaan. DELTA is ook een mooi voorbeeld wat
zoal in ISS kan worden gedaan.
Er zijn vele wetenschappelijke, technologische en educatieve experimenten uitgevoerd in de DELTA-missie. Het merendeel
van de experimenten was van Nederlandse aard, waarbij de universiteiten van Eindhoven, Amsterdam, Utrecht, Groningen,
Wageningen en ook instituten als TNO en NLR een hoofdrol vervulden. Het onderzoek betrof experimenten op het gebied
van fysica, biologie, geneeskunde en technologie m.b.t. onder meer de energiezuinige lampen, botontkalking in de
ruimte en het oriënteren van André door een trillend vest. De Nederlandse industrie en instellingen
waren actief bij deze missie betrokken, zowel bij de aanmaak van instrumenten en faciliteiten als het geven van
ondersteuning. ESA/ESTEC speelde bij de voorbereidingen en operations een cruciale rol.
Deze lezing over Nederland in de Ruimtevaart en ISS zal worden gehouden door Ir D. de Hoop, coördinator Lanceersystemen,
industrieel beleid en Bemande Ruimtevaart bij het NIVR te Delft. |
| |
Ir. D. de Hoop studeerde eind 1972
af aan de Technische Universiteit, Faculteit Elektrotechniek te Delft.
Hij trad begin 1973 in dienst van het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) te
Delft.
In de jaren 1973-74 was hij gedetacheerd bij het Philips Research Lab in Geldrop, waarbij aan de eerste Nederlandse
satelliet ANS werd gewerkt. In de jaren 1978-81 was hij gedetacheerd bij Fokker, waarbij hij meewerkte aan het
opstellen van de systeemspecificaties van de IRAS satelliet. Verder werden verschillende functies bij het NIVR
bekleed, waaronder manager van het ruimtetechnologieprogramma, coördinator van microzwaartekrachtonderzoek
programma's en manager bemande ruimtevaart deelprojecten. Hierbij werden tientallen onderwerpen behandeld over
onder meer de robotarm ERA, de gloveboxen voor Spacelab en het ISS ruimtestation en biologische onderzoeksinstrumenten..
De huidige functie is manager programma's m.b.t. raketten lanceervoertuigen. Ook worden nog een aantal taken bij
het NIVR verricht die niet betrekking op de lezing (onder meer m.b.t. industrieel beleid en technologie), zodat
deze onvermeld worden gelaten. |
| |
|
| De 45 bezoekers van deze lezing
werden door de inspirerende ir. Daan de Hoop meegenomen in de wereld van de Ruimtevaart en met name de Nederlandse
bijdrage daarin. Duidelijk was dat de spreker veel kennis (en kennissen) heeft in deze wereld. De anekdotes kleurde
het verhaal fantastisch in. Leuk om te horen dat Nederland hoog aangeschreven staat om zijn kennis. |
| |
|
Vrijdag 16 december
2005
"Eigen avond"
AWSV Metius
met bijdragen
van leden
|
 |
Traditioneel wordt de lezingenavond
van december ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen
over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.
Deze keer:
* Terugblik op de jubileumviering
(Leendert Lambach)
* AWSV Metius in vroeger
jaren (optioneel)
(de heer C. Booy)
* Astro-fotografie
(Anton Zegveld)
* De ABT-telescoop operationeel
(Frans Nieuwenhout) |
| |
| |
|
Vrijdag 25 november
2005
".., want uit stof zijt gij.., en tot stof
zult gij wederkeren"
door Henk Torenvlied
(Metius)
|
 |
Voor vrijdag
25 november 2005 was gepland:
"LOFAR, De nieuwe radiotelescoop"
door Dr. Ir. M.J. Bentum (Astron)
Als gevolg van de onverwachte slechte
weersomstandigheden was de spreker verhinderd om op 25 november 2005 aanwezig te zijn. Deze lezing wordt verplaatst
en op 24 februari 2006 verzorgd.
25 november 2005 sprak één
van onze leden , Henk Torenvlied over "Ster-evolutie".
|
| Het onderwerp van de lezing van
Henk Torenvlied was: ".., want uit stof zijt gij.., en tot stof zult gij wederkeren" Henk heeft de 32
bezoekers op bevlogen wijze uiteengezet hoe sterren worden geboren en, via de levensloop van lichte en zware sterren,
tot hun onvermijdelijke einde komen. |
| |
| |
|
Vrijdag 28 oktober
2005
"Het
ESA AURORA programma"
door Drs. Arno Wielders (TNO)
|
 |
Nog voordat President Bush van de
Verenigde Staten zijn "Vision for Space
Exploration" aankondigde had Europa al een programma opsteld met als lange termijn doel het landen van een
bemande missie op Mars in het tijdskader van 2030-2040. Dit programma heet Aurora en is opgebouwd op een logische
manier.
De eerste 15 jaar zullen er een aantal missies gelanceerd worden die de Maan en Mars nog beter moeten onderzoeken.
Daarnaast zal ESA een aantal technologieën uitproberen die nodig zijn voor het vliegen en verblijven op de
Maan en Mars. De eerste wetenschappelijke missie gepland in het Aurora programma is ExoMars. |
| ExoMars heeft een grote rover aanboord
welke op Mars moet landen om te onderzoeken of er ooit leven op Mars was. Dit zal de eerste missie ooit zijn met
als doel het ontdekken van leven of overblijfselen van leven op een andere planeet. Deze missie staat gepland voor
2011. De tweede wetenschappelijk missie is de Mars Sample Return missie, waarbij een monster van 1 kg van het oppervlak
van Mars gehaald wordt en teruggebracht wordt naar de Aarde. In de lezing worden deze twee missies uitvoerig behandeld
en zal er verder ingegaan worden op de plannen voor de lange termijn tot aan de bemande missie naar Mars. |
| |
|
| Arno Wielders is geboren op 29
januari 1973 te Haarlem en studeerde natuurkunde op de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1998 begon hij met onderzoek
te doen aan de Very Large Telescope Interferometer op de Universiteit van Leiden en Dutch Space. Hierin heeft hij
gewerkt aan de bouw van een belangrijk onderdeel van de interferometer, de delay lines, die nodig zijn om de lichtpaden
van de verschillende telescopen tot op nanometer niveau gelijk te houden. In 2000 vertrok hij naar TNO TPD alwaar
hij werkte aan de Ozone Monitoring Instrument welke in 2004 gelanceerd is aanboord van een Amerikaanse satelliet
en waar hij zich bezig houdt met het in zeer nauwkeurige formatie vliegen van verschillende satellieten ten behoeve
van wetenschappelijke missies van ESA. In 2004 vertrok hij bij TNO en startte zijn eigen bedrijf 'Space Horizon'
om projecten te gaan doen op het gebied van de exploratie van de ruimte. Tegenwoordig houdt hij zich bezig met
een rontgen instrument voor de volgende Europese Mars missie (ExoMars) en doet hij werk voor TNO op het gebied
van extreem nauwkeurige meetsystemen voor formaties van satellieten. Arno is mede-oprichter van de Mars Society
Nederland welke het doel heeft de bemande exploratie van Mars te ondersteunen. Sinds kort is Arno bezig met het
oprichten van een Nederlandse tak van de Planetary Society. Arno is lid van de Mars Society, Planetary Society,
Nederlandse Vereniging voor Ruimtevaart en de British Interplanetary Society. |
| |
|
| Arno Wielders vertelde in een enthousiaste
lezing over de juweeltjes die ons eigen zonnestelsel herbergt. De 39 bezoekers vermaakten zich prima bij de verhalen
over de missies die al hadden plaatsgevonden naar andere planeten. De futuristische plannen rondom het ESA Aurora
programma (zeer beeldend verteld door Arno) brachten wel het een en ander los onder de toehoorders! |
| |
|
Vrijdag 30 september
2005
"Workshop Poollicht"
door Rob Stammes
|
 |
Rob Stammes, een oude bekende van
veel Metiusleden, geeft in deze workshop een aantal praktische tips, gericht op het zelf waarnemen van Noorderlicht
(Poollicht). Met deze kennis is het mogelijk om zelf de komst van Noorderlicht met een redelijke mate van zekerheid
te voorspellen. Op het internet zijn verschillende sites met informatie over de activiteiten van de zon. Door deze
informatie te bestuderen én te begrijpen kan bepaald worden of én wanneer de kans op het waarnemen
van Noorderlicht het grootst is. De geplande workshop gaat in detail in op het vinden en op het interpreteren van
die gegevens.
Klik hier voor informatie over die gegevens.
(Bron: Stichting Weer- en Sterrenkunde Eemsmond) |
|
| Rob is inmiddels al meer dan 15 jaar
bezig met deze hobby en hij is uitgegroeid tot een professionele waarnemer met tal van nationale en internationale
contacten. In zijn huis in Dirkshorn staat een uitgebreide verzameling meetapparatuur. In het komende najaar gaat
hij op uitnodiging in Noorwegen op de Lofoten - zo'n 300 km. ten noorden van de poolcirkel - een Noorderlichtcentrum
opzetten. |
| |
|
| Rob Stammes vertelde op een enthousiaste
en aanstekelijke manier hoe de kans op het waarnemen van poollicht vergroot kan worden. De ca. 30 bezoekers kregen
te zien en te horen welke middelen en bronnen, b.v. op Internet, ter beschikking zijn om Noorderlicht te voorspellen. |
 |
 |
| |
|
Vrijdag 27 mei
2005
"Hoedjes-avond"
een informele avond voor leden en gasten, zonder centrale elementen
|
 |
 |
Voor degenen die niet weten wat een
Hoedjesavond is eerst enige uitleg.
Indertijd stelde Siem Hoedjes, voorheen penningmeester van onze vereniging, vast dat er behalve de lezingen ook
behoefte was onder de leden aan een min of meer informele gespreksavond. Het was gebleken dat er tijdens de pauzes
bij de lezingen nauwelijks tijd was voor de leden om ervaringen uit te wisselen. Ook na de lezingen is daar meestal
geen tijd meer voor. Siem Hoedjes stelde in een bestuursvergadering voor naast de lezingen een extra informele
avond in de maand mei toe te voegen, waarbij leden ook introducés mogen meenemen. Hij bood daarbij aan de
kosten van de zaalhuur voor de eerste informele avond op zich te nemen. Dit werd door het bestuur met dank aanvaard
en tevens werd besloten deze informele avond te noemen naar de initiator Siem Hoedjes. Dus vandaar de naamgeving:
"Hoedjesavond". |
| |
|
| |
|
| Slechts 15 leden waren aanwezig
op de Hoedjesavond, maar het werd wel gezellig. Onder het genot van een verkoelend drankje (het was erg warm) werd
er over diverse zaken gesproken. Leuk was om de resultaten van de eerste opnamen van de Afstand Bestuurbare Telescoop
te zien. |
| |
|
| |
|
Vrijdag 29 april
2005
"Vroeg type sterren, hun pulsaties en hun
magneetvelden"
door Roald
Schnerr (Universiteit van Amsterdam)
|
 |
De rol van magneetvelden in de evolutie
van zeer massieve sterren. Magneetvelden spelen een zeer belangrijke rol in de sterrenkunde. Deze velden worden
in allerlei, heel verschillende, objecten waargenomen: sterrenstelsels, alle soorten sterren (incl. de zon), planeten
en zelfs neutronensterren; de compacte overblijfselen van een ontplofte ster. Bij de vorming en de evolutie van
zeer massieve (O en B) sterren lijken deze velden een grote invloed te hebben, maar zijn ze ook erg moeilijk waar
te nemen. Het bestuderen hiervan is echter van groot belang om bestaan van zware elementen (bv. Koolstof, waar
het leven op gebaseerd is), die gevormd worden in deze sterren, beter te begrijpen. Roald Schnerr
. |
| |
| Roald Schnerr nam de 33 bezoekers
mee in de wereld van magneetvelden. Een goed opgebouwde presentatie (met veel bewegende beelden) van dit interessante,
maar ook raadselachtige fenomeen! |
| |
|
| |
|
Vrijdag 01 april
2005
"Het weer - De mens"
door Henk
Ploegaert
(Voorafgaande aan
deze lezing vindt de Algemene Ledenvergadering plaats; aanvang 19:00 uur)
|
 |
Het weer, als een van de meest besproken
onderwerpen, is zowel verguisd als geprezen. Het is enerzijds iets dat je overkomt maar anderzijds een serie natuurkundige
verschijnselen in de dunne onderste laag van de dampkring. Het weer op zich is al zo'n vier miljard jaar oud. Ook
de mens heeft al vroeg in zijn beschaving belangstelling getoond voor het weer. De eerste bewijzen daartoe stammen
van circa 3000 jaar voor Christus. Op zich is dat niet vreemd want hoe we het ook wenden of keren, we worden in
ons doen en laten sterk beïnvloed door het weer. Sterker nog, we proberen de effecten van het weer zelf te
beïnvloeden door een eigen microklimaat te creëren o.a. door in een huis te gaan wonen met centrale verwarming
of in een auto met airco te gaan rijden. |
| |
Als je er echter oog voor hebt dan
heeft het weer vooral macht en schoonheid en krijg je energie van een storm of van een meer plotselinge uitspatting
zoals bij onweer. Omgekeerd kun je juist in vervoering raken van de serene en soms onwerkelijke stilte en de onbesmettelijke
reinheid zoals deze vaak aanwezig is als het sneeuwt.
In mijn presentatie zal ik op eigen wijze zowel abstract, ludiek als filosofisch veel aspecten van het weer de
revue laten passeren. Naast een aantal basisprincipes en diverse optredende verschijnselen zal ik in het kader
van meten is weten ingaan op de meettechnologie van het weer, het weer in kunst en cultuur, behaaglijkheidcriteria,
weerweetjes, volksweerkunde etc.
Dit alles met de gedachte iets over te laten komen van mijn enthousiasme voor het weer. Henk Ploegaert |
| |
|
| Eindelijk weer eens een lezing over
het weer! Een enthousiaste Henk Ploegaert liet de bezoekers kennis maken met "Het Weer" in de breedste
zin van het woord. Ieder denkbaar aspect werd belicht. Een erg leuke lezing. |
| |
|
Vrijdag 25 februari
2005
"Dubbelsterren in bolhopen; redders in nood?"
door drs.
Cees Bassa (Universiteit Utrecht)
|
 |
In onze melkweg kennen we zo'n 150
bolhopen; bolvormige (vandaar de naam) agglomeraties van enkele duizenden tot wel een miljoen sterren. In de kernen
van deze bolhopen zitten de sterren heel dicht op elkaar, de dichtheid van sterren is al snel tien-duizend keer
groter als in de buurt van onze zon. Door deze hoge dichtheden kunnen sterren met elkaar botsen, er kunnen gewone
sterren dubbelsterren vormen of van plaats wisselen met een ster in een dubbelster. |
| Al deze mechanismen vormen exotische
systemen, veelal in de vorm van dubbelsterren, die we tegenwoordig goed waar kunnen nemen. Met behulp van radio-telescopen
zien we pulsars die enkele honderden keren per seconde om hun as draaien. We zien tientallen tot honderden heldere
en zwakke bronnen met rontgensatellieten, en, met de Hubble Space Telescope en de Very Large Telescope in Chili
zien we vreemde 'blauwe achterblijvers'. Tijdens deze lezing zal ik een overzicht geven van wat we weten van bolhopen
en hoe dubbelsterren een cruciale rol spelen in de evolutie en het bestaan van deze systemen. Verder zal de evolutie
van sterren en de hoofdrol die de zwaartekracht speelt uitvoerig aan bod komen om de waarnemingen te verklaren.
C. Bassa |
| |
|
| drs. Cees Bassa heeft in een boeiende
lezing de 62 bezoekers in de zaal, beginnend met de sterren-evolutie, haarfijn kunnen uitleggen wat de rol van
dubbelsterren in bolhopen is, waardoor zij met recht "redders in nood" zijn. |
| |
|
Woensdag 9 februari
2005
"Een blik
op Quasars met Röntgen-ogen"
"Looking at Quasars with X-ray eyes"
door drs.
Klaas Wiersema en dr. Rhaana Starling (Universiteit van Amsterdam)
|
 |
Actieve melkwegstelsels zijn melkwegstelsels
waarbij de kleine kern van het stelsel veel meer licht uitstraalt dan de rest van het stelsel. Er wordt nu vaak
waargenomen dat er in deze kernen een superzwaar zwart gat huist. Dit zwarte gat kan de materie die zich in de
kern van een melkwegstelsel bevindt opslokken, waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen. Bij "gewone"
melkwegstelsels is het merendeel van de straling die het stelsel uitstraalt afkomstig van de sterren in dat stelsel.
Bij actieve melkwegstelsels is het dit centrale zwarte gat dat de straling emissie domineert. Maar wat gebeurt
er nu precies in deze kernen dat ervoor zorgt dat er zoveel straling wordt opgewekt? En hoe zit de kern van een
dergelijk actief stelsel in elkaar? Nieuwe metingen met Röntgensatellieten geven ons meer aanwijzingen voor
wat er plaats vindt rond deze superzware zwarte gaten. |
| |
|
| De presentatie van dr. Starling vindt
na de pauze plaats en zal in de Engelse
taal worden gehouden. |
| |
|
| 38 bezoekers waren aanwezig bij
de boeiende lezing van Klaas Wiersema en Rhaana Starling. De afwisselende presentaties van Klaas en Rhaana in de
eveneens afwisselende nederlandse en engelse taal leken geen enkel probleem voor de toehoorders. Zelfs diverse
vragen en discussie in het engels bleek mogelijk. Een geslaagd experiment. |
| |
|
Vrijdag 28 januari
2005
"Hoe zware
jongens aan hun einde komen"
de evolutie van zware
sterren
door Arend
Jan Poelarends (Sterrenkundig Instituut Utrecht)
|
 |
Over het einde van onze zon hoeven
we ons nog niet zoveel zorgen te maken. Nog miljoenen jaren zal onze zon deze aarde blijven verlichten. Maar iedere
dag komt wel ergens in het heelal een ster aan z'n einde. De meeste sterren laten dit niet ongemerkt voorbijgaan.
Een enorme explosie davert door het heelal, een lichtflits die doordringt tot in de verste uithoeken is het laatste
levensteken. Wat er overblijft is meestal nog veel mysterieuzer, een neutronenster of een zwart gat...
De afgelopen jaren zijn sterrenkundigen steeds verder doorgedrongen tot de geheimen van sterren die op het punt
staan om te exploderen. Zowel door waarnemingen als door theoretisch onderzoek weten we nu ongeveer wat er gebeurt
in die sterren gedurende de evolutie, maar ook vlak voor, en tijdens de explosie, en we vallen van de ene verbazing
in de andere. |
We betreden het gebied waarin het
'heel kleine' en het 'heel grote' samen de hendel van de explosie overhalen. Miljarden neutrino's (kleine spookdeeltjes)
en onvoorstelbare temperaturen zorgen samen voor een explosie met meer energie dan de zon in haar hele leven uitstraalt.
Sterrenkundigen hebben ze bestudeerd en er de 'mooiste' namen voor bedacht: Supernova's, Gamma-Ray Bursts, Hypernova's,
Collapsars.
In deze lezing wil ik een tipje van de sluier van geheimzinnigheid, die er hangt rond het einde van een ster, oplichten.
We staan kort stil bij het begin van het leven van een ster, maar gaan snel door naar het spectaculairste deel;
het einde van het leven van een ster. Zowel theoretisch als observationeel onderzoek heeft ons gebracht tot de
grenzen van wat we kunnen begrijpen: waarnemingen en computersimulaties gaan hier hand in hand om het mysterie
van zware sterren te ontrafelen. Zo ook in deze lezing. A. Poelarends |
| |
|
| De 60 !! bezoekers kregen een (letterlijk
en figuurlijk) energieke lezing van dr. Arend Jan Poelarends te zien. |
| |
|
Vrijdag 17 december
2004
"Eigen avond"
AWSV Metius
met bijdragen
van leden
|
 |
Traditioneel wordt de lezingenavond
van december ingevuld door de eigen leden. Daar kunnen o.a. onderwerpen aan de orde komen vanuit de werkgroepen
over bijvoorbeeld hun waarnemingen, instrumentenbouw, fotografie van hemelverschijnselen, enz.
Deze keer:
* De vorderingen van het ABT-project
(Frans Nieuwenhout)
* Een kijkje in de keuken van de werkgroep Theoretische Weer- en
Sterrenkunde (TWS)
(Martin van den Bogaerde)
* De nieuwe vormgeving van de website van AWSV Metius
(Harry Zwart) |
| |
|
| |
|
Vrijdag 26 november
2004
De Zon: onze
magnetische ster
door Prof.dr.
R.J. (Rob) Rutten (SIU)
|
 |
De Dutch Open Telescope (DOT) op de
top van een uitgedoofde vulkaan op het Canarische Eiland La Palma is een van de beste telescopen ter wereld om
het oppervlak van de zon scherp waar te nemen, dankzij de combinatie van goede waarnemingslokatie, revolutionaire
open telescoopconstructie, en de toepassing van spikkelreconstructie om resterende beeldonscherpte tengevolge van
turbulentie in de luchtlagen boven de telescoop weg te werken. Momenteel wordt de DOT uitgebreid met een tomografisch
afbeeldingssysteem dat de telescoop unieke kwaliteit bezorgt in het verkrijgen van langdurige beeldreeksen die
de zonsatmosfeer bemonsteren op verschillende hoogten, van de diepe fotosfeer (waar het zonlicht ontsnapt) tot
de hoge chromosfeer (waar magnetische velden de struktuur dicteren). Daarmee wordt een rijk gebied van onderzoek
ontsloten, met name van de magnetische koppeling tussen fotosfeer en corona en van de structuur, dynamica en evolutie
van actieve gebieden op de zon. Het onderzoek richt zich op processen die niet alleen astrofysisch fundamenteel
zijn, maar ook van direct belang in de complexe relaties tussen zonsactiviteit en het klimaat rond en op aarde.
De 50 bezoekers maakte
een heus college mee van Prof. Rob Rutten.
De enthousiaste en geroutineerde prof. Rutten nam de zaal mee in een werveling van onderwerpen rondom de zon. |
| |
|
| |
|
Vrijdag 29 oktober
2004
ANTARES: Sterren
kijken vanuit de zee
door drs. Ronald
Bruijn (UvA)
|
 |
Neutrino's behoren tot de elektronenfamilie.
Ze hebben geen lading en wellicht ook geen massa. Neutrino's zijn spookdeeltjes. Ze reageren bijna nergens mee.
Ze vliegen niet gehinderd door materie of magnetische en elektrische velden vrijwel overal dwars doorheen. Zo ook
door de aarde. Maar een enkele keer zal een klein aantal van die neutrino's toch een botsing ondergaan. In zo'n
botsing ontstaat een geladen deeltje. En daar maken de onderzoekers gebruik van.
Nederland gaat samen met andere Europese landen een grote neutrinotelescoop op de bodem van de Middellandse Zee
bouwen. Deze telescoop krijgt de naam Antares en gaat zeer energetische neutrino's uit het heelal meten. |
| In eerste instantie wordt het een
telescoop met een volume van eentiende kubieke kilometer. Ze komt te liggen op twee-en-eenhalve kilometer diepte,
ongeveer veertig kilometer uit de kust van Toulon. Later krijgt Antares een volume van een kubieke kilometer. Met
Antares zal een geheel nieuw waarnemingsvenster op het heelal worden geopend. In dit tot nu toe onbekende gebied
hoopt men gegevens te verzamelen over supernova explosies, zwarte gaten en mogelijk zelf de geboortekreten van
het heelal tijdens de Big Bang. |
| |
|
| 39 bezoekers werden door Ronald
Bruijn meegenomen in een exotische wereld onder water. Een zeer interresante lezing over de detectie van neutrino's. |
| |
|
Vrijdag 24 september
2004
Gammaflitsen:
grote knallen, ver weg en lang geleden
door Prof. Ralph
Wijers (UvA)
|
 |
Na 30 jaar een raadsel te zijn geweest
lieten gammaflitsen zich in 1997eindelijk kennen: het zijn ontploffingen waarbij zware sterren en zwarte gaten
hoogstwaarschijnlijk de hoofdrol spelen. Ze zijn de meest energierijke gebeurtenissen in het heelal sinds de oerknal,
en sommige zijn meer dan 10 miljard lichtjaar van ons verwijderd. Ik zal een overzicht geven van wat we nu weten
van gammaflitsen, en hoe we ze kunnen gebruiken om meer te leren over de geschiedenis van het heelal.
Ongeveer 40 bezoekers
waren aanwezig. Het enthousiasme van prof. Wijers was aanstekelijk. Erg goede voordracht. |
| |
| |
|
Vrijdag 2 april
2004
Aantrekkingskracht
met een oogje op de Aarde
door dr. Radboud
Koop (SRON)
|
 |
De gravitatiekracht, de aantrekkingskracht
tussen massa's, een van de vier fundamentele natuurkrachten, is onmiskenbaar aanwezig in ons dagelijks leven. De
gravitatiekracht houdt ons met twee voeten aan de grond, laat satellieten rond de aarde cirkelen en bepaald ook
nog eens in belangrijke mate de evolutie van het heelal. Toch kennen we nog lang niet alle aspecten van de gravitatiekracht
even goed. Einstein’s relativiteitstheorie is een gravitatietheorie die goed gebruikt kan worden om astronomische
en kosmologische gebeurtenissen te beschrijven. Maar onze kennis van het zwaartekrachtsveld van onze eigen planeet
Aarde vertoont nog vele gaten. Toch is dit zwaartekrachtsveld van groot belang voor allerlei processen die zich
binnenin en op de Aarde afspelen. Gelukkig kunnen we sinds kort het gravitatieveld van de Aarde zeer nauwkeurig
meten vanuit satellieten. Hoe dit allemaal in z'n werk gaat komt in de lezing aan de orde. |
| |
| Ongeveer 30 bezoekers werden ingewijd
in de raadselen van het gravitatieveld van onze eigen aarde. Een boeiende lezing door dr. Radboud Koop |
| |
|
Vrijdag 23 april
2004
Zonnefysica met
de Dutch Open Telescope
door ir. Felix Bettonvile
(Deze spreker vervangt
de eerder aangekondigde spreker:
prof. Rob Rutten)
|
 |
| |
| |
|
| |
| |
| |
| |
| |
| |
|