|
.
|
Rabobank Symposium
Weer- en Sterrenkunde
Alkmaar 12
november 2005
|
| |
| Het feest is gevierd en het was een
succes. |
|

| Klik hier om de foto in een extra grote weergave te downloaden (2000 x 1333 pxl,
300 kb) |
|
| |
|
Dit waren de
sprekers
|
| |
|
| dr. Rob van Dorland |
De menselijke invloed op het klimaat |
 |
Het klimaat verandert. Maar waarom?
Zijn de veranderingen toe te schrijven aan de grillen van de natuur of heeft de mens zijn stempel gedrukt op het
klimaat?
Wetenschappers buigen zich al jaren over deze vragen. In 2001 kwam het internationale gezelschap van klimaatdeskundigen
van de VN, het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), tot de conclusie dat menselijke activiteiten in
belangrijke mate de oorzaak zijn van de huidige opwarming. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de temperatuurtoename
in de tweede helft van de 20e eeuw aan louter natuurlijke variaties kan worden toegeschreven. Sinds het vorige
IPCC rapport (1996) zijn de aanwijzingen voor de menselijke invloed op het klimaat steeds sterker geworden. In
de lezing wordt nader ingegaan op de nieuwe wetenschappelijke inzichten, die bovenstaande conclusie rechtvaardigen,
zoals recent beschikbaar gekomen meetgegevens, verbeterde computermodellen en scheiding van menselijke en natuurlijke
invloeden op het wereldgemiddelde klimaat. Hierbij zullen ook onzekerheden belicht worden en wordt aandacht besteed
aan de kritische geluiden van de "broeikas-sceptici". De werking van het complexe klimaatsysteem, inclusief
het (versterkte) broeikaseffect, wordt toegelicht aan de hand van een simpel concept In de lezing zullen tenslotte
de klimaatverwachtingen, voor de wereld én voor Europa, in de 21e eeuw worden toegelicht. |
| |
|
| Rob van Dorland volgde zijn opleiding,
Natuurkunde met doctoraalstudie Meteorologie, aan de Universiteit van Utrecht. Hij is sinds 1988 verbonden aan
het KNMI. Onderwerp van onderzoek is de stralingshuishouding van het klimaatsysteem en het versterkte broeikaseffect.
Verder is hij betrokken geweest bij discussies over de rol van menselijke activiteiten versus natuurlijke factoren
op het klimaat. Momenteel vormt naast onderzoek kennisoverdracht naar publiek en beleidsmakers een belangrijk onderdeel
van het takenpakket. Rob van Dorland is senior onderzoeker klimaat bij het KNMI, lid van de Raad voor Aarde en
Klimaat bij de Koninklijk Nederlandse Akademie van Wetenschappen en redacteur meteorologie van het populair wetenschappelijke
maandblad Zenit. Verder is hij één van de auteurs van het nieuwe klimaatrapport van het IPCC dat
in 2007 wordt gepubliceerd. |
| |
|
| |
| |
|
| drs. Edwin Mathlener |
Een nieuwe kijk op ons zonnestelsel |
 |
Onze kijk op het zonnestelsel is de
afgelopen 60 jaar ongelooflijk veel groter geworden. 60 jaar geleden was al onze kennis gebaseerd op waarnemingen
met telescopen op aarde, en de aardatmosfeer maakte het voor ons erg lastig om fijne details te zien. Inmiddels
zijn nagenoeg alle planeten in ons zonnestelsel bezocht door ruimtesondes, en ook naar de laatste nog niet bezochte
planeet, Pluto, staat een missie op stapel.
Overigens twijfelt men er tegenwoordig aan of Pluto wel een echte planeet is. Recent zijn diverse grote Pluto-achtige
planetoïden ontdekt in de Kuipergordel van 'ijsdwergen' voorbij de baan van Neptunus. Deze recente uitbreiding
van ons zonnestelsel zullen we tijdens mijn voordracht nader bekijken. Andere ontwikkelingen die een nadere kijk
verdienen zijn de speurtocht naar water en leven op Mars en de verkenning van het Saturnusstelsel, die momenteel
plaatsvindt.
Overigens zijn niet alle verbeteringen te danken aan verre missies in de ruimte. De Hubble-ruimtetelescoop kan
veel scherper kijken dan voorheen met telescopen op aarde mogelijk was en wordt veel ingezet om de planeten te
bestuderen. Maar ook telescopen op aarde kunnen steeds beter corrigeren voor de versmerende werking van de atmosfeer.
Dankzij moderne beeldopname- en beeldbewerkingstechnieken kunnen zelfs amateurastronomen tegenwoordig foto's maken
die scherper zijn dan vroeger voor professionele astronomen mogelijk was. |
| |
|
| Edwin Mathlener studeerde sterrenkunde
in Utrecht van 1982 tot 1988. Kort daarna is hij bij de wetenschappelijke uitgeverij Elsevier gaan werken. Tegenwoordig
is hij daar betrokken bij de ontwikkeling en invoering van on-line redactiesystemen. In de amateursterrenkunde
is hij actief als redacteur van het tijdschrift Zenit, als medesamensteller van de jaargids Sterren & Planeten,
als vrijwillig medewerker bij Museum Sterrenwacht Sonnenborgh, en met het verzorgen van voordrachten over tal van
onderwerpen. |
| |
|
| |
| |
|
| drs. Klaas Wiersema |
De wereld achter ons zonnestelsel |
 |
In de 60 jaar dat AWSV Metius bestaat,
is onze kennis van het heelal op alle fronten enorm toegenomen. De ontwikkeling van de ruimtevaart heeft daarin
een belangrijke bron gespeeld.
Immers, bepaalde golflengtes van straling worden geabsorbeerd door de atmosfeer van de Aarde, en kunnen daarom
niet vanaf het Aard-oppervlak bestudeerd worden. Door het openen van nieuwe golflengte gebieden door satellieten
is onze kennis drastisch vooruit gegaan. Vele nieuwe soorten objecten zijn de laatste 60 jaar ontdekt, en worden
nog steeds ontdekt. Een voorbeeld dat de revue zal passeren zijn de ontdekkingen die gedaan zijn in de Roentgen
golflengtes, zoals de ontdekking van exotische dubbelsterren en gammaflitsen.
De spreker zal met name ingaan op de ontwikkelingen in de sterrenkunde die de laatste 60 jaar hebben plaatsgevonden.
Hierbij wordt vooral stilgestaan bij de rol die nieuwe satellieten en nieuwe technologie van telescopen op de grond
hierbij hebben gespeeld. Speciaal wordt stilgestaan bij de bijdrage die Nederlandse onderzoekers en satellieten
(zoals ANS) hebben geleverd.
Ook wordt er een blik naar de toekomst geworpen: momenteel wordt er veel belangrijke technologie ontwikkeld (zoals
bijvoorbeeld LOFAR) waar we de volgende 60 jaar veel van mogen verwachten. Het ziet er naar uit dat de komende
60 jaar net zo spannend zullen worden als de afgelopen 60 jaar! |
| |
|
| Klaas Wiersema is werkzaam als promovendus
op het Sterrenkundig Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar het nagloeien van zgn.
gamma-flitsen: de de hevige explosies van massieve sterren op grote afstanden. Hij is met name geinteresseerd in
de melkwegstelsels waar deze gammaflitsen in plaatsvinden. Zijn onderzoek is observationeel, en hij gebruikt met
name de grote VLT telescopen in Chili en de William Herschel Telescoop op La Palma voor zijn onderzoek. |
| |
|
| |
|